Stan Leurs

Stan Leurs

Ontwerper van het moderne Dessel-Witgoor

Witgoor is een van de oude woonkernen van Dessel. Toch werd het pas in de jaren 1930 een onafhankelijke parochie. Toen de plaatselijke kapel te klein werd, werd aan de modernistische architect Stan Leurs gevraagd om de nieuwe kerk te ontwerpen. Bijna tegelijkertijd ontwierp hij het nabij gelegen schoolcomplex met klooster en een tweewoonst. Hij tekende feitelijk de nieuwe dorpskern van Witgoor uit.

Zijn leven

Stan Leurs (1893-1973) was een briljant student. In 1919 studeerde hij af als burgerlijk ingenieur-architect. Hij kreeg les van eminente professoren, zoals kanunnik Raymond Lemaire. Vervolgens verdiepte hij zich in de middeleeuwse geschiedenis, en behaalde hij in 1922 een doctoraat in de kunstgeschiedenis. Hij beheerste de geschiedenis van de bouwkunst als geen ander en hij had een bijzondere voorkeur voor de Vlaamse gotiek. Hij schreef dan ook talloze werken over kerkgebouwen in die stijl. In 1925 werd hij benoemd tot docent aan de universiteit van Gent. Hij doceerde het vak “bouwkunst der Nederlanden en Renaissance”. Zijn studenten bewonderden hem voor zijn kennis en overtuigende, inspirerende manier van lesgeven. Naast zijn studenten, wist hij ook een breder publiek te bereiken door zijn hele leven lang bijzonder veel artikels en publicaties te schrijven, die zowel in binnen- als buitenland verspreid werden.

Leurs was ook actief in de monumentenzorg. Hij hielp met het restaureren van belangrijke monumenten na de Eerste Wereldoorlog en was vanaf 1933 lid van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (KCML). Hij restaureerde onder meer het Drossaardshuis in Meerhout en het Belfort van Lier.

Hoofding van het ledenblad 'De Toerist', 1925

Daarnaast was Leurs een overtuigd Vlaams-Nationalist. Vanuit dat nationalisme en zijn idee van de volksverbondenheid, richtte hij in 1922 de Vlaamse Toeristenbond op, zodat hij zijn brede interesse voor kunst en cultuur ook kon doorgeven aan het hele Vlaamse volk. Hij nam een leidende rol op in het KVHV en was een voorman van het AVHV. Hij pleitte voor een staatsrechtelijke zelfstandigheid voor Vlaanderen en wees op het gevaar van de verfransing van de Brusselse rand. Omwille van deze idealen werd hij in oktober 1944 geschorst aan de Gentse universiteit, maar hij werd nooit definitief voor collaboratie veroordeeld. De beschuldigingen van collaboratie betekenden wel het einde van zijn carrière als architect. Ook heel wat andere modernistische architecten, waaronder Huib Hoste, Henry Van de Velde en Edward Van Steenbergen werden uit hun ambt ontzet, wat het Belgische modernisme na de Tweede Wereldoorlog in het algemeen sterk zou fnuiken. Leurs had geen recht op een emeritaat of een financiële vergoeding. Gebukt onder deze financiële zorgen kreeg hij in 1946 een beroerte. Hij bleef wel tot het einde van zijn leven aan talloze studies en publicaties werken. Hij overleed in 1973.

Opvattingen over architectuur

Hoewel Leurs niet de meest bekende modernistische architect was, is zijn oeuvre toch bijzonder knap. Hij was trouw aan de gangbare opvattingen en wist die op een zeer kwalitatieve manier tot uiting te brengen. Helaas zijn de gebouwen die hij ontwierp slechts gedeeltelijk bewaard gebleven. Veel werden sterk verbouwd of gesloopt, geen enkel ervan is bijvoorbeeld beschermd als monument.

Reeds in zijn studententijd propageerde hij zeer sterk de ontluikende modernistische architectuur, die vanaf het einde van de Eerste Wereldoorlog haar opgang kende. Zo legde de fransman Le Corbusier in 1923 de grondprincipes van het modernisme vast, die daarna snel navolging kregen in de buurlanden.  Vele Vlaamse architecten, waaronder Leurs, werden sterk beïnvloed door het werk van Willem Dudok, wiens werk ook veel internationale uitstraling kende. Zijn volumebehandeling en materiaalgebruik werd geassimileerd door Vlaamse architecten. Dudok combineerde traditionele baksteenarchitectuur met een kubistische opbouw. Ornamenten hadden bij hem geen rol meer, omdat hij de vormentaal voor zich liet spreken. Hij streefde naar een dynamische, asymmetrische compositie. Net als Le Corbusier was Leurs overtuigd van de waarde van nieuwe materialen, zoals (gewapend) beton, waarmee “vroeger nooit gedachte verwezenlijkingen” mogelijk werden. Hij paste die nieuwe materialen ook toe in sommige van zijn ontwerpen, maar hij bleef in de eerste plaats een typisch Vlaams architect door vast te houden aan de baksteentraditie.

Het raadhuis in Hilversum. Een van Willem Dudoks bekendste werken, bijna volledig vervaardigd uit baksteen. (Dudokarchitectuurcentrum.nl)

Dat Belgische architecten uit die tijd kozen voor baksteen, is zowel te verklaren door de traditie, als de invloed van de Amsterdamse school. Beton werd niet zichtbaar gebruikt. De eenheid van het materiaal, doorgaans baksteen, primeerde zelfs in die mate dat het werd gebruikt in de onderkant van de kroonlijst. Leurs bleef dit traditionele bouwmateriaal dan ook steeds verdedigen. Hij gebruikte zelden decoratieve elementen en opteerde liever voor een logisch vormenspel. Alles wat onzuiver of willekeurig was, staat volgens hem zeer van echte architectuur af. Net zoals zijn tijdgenoten streefde Leurs naar een strenge, logische en strakke architectuur. Schoonheid zat volgens de modernisten dan ook in het essentiële, namelijk de ruimten en de volumes zelf, en niet in het bijkomstige.